Ik heb een onderzoekende instelling, ik wil weten en begrijpen. Dat maakt een soort pelgrim van mij. Niet het doel ergens te komen maar de weg erheen is een groot avontuur… Wat ik leer wil ik toepassen in werk, kunst en (be)leven. Met deze instelling ging ik naar Amsterdam.
In het Rijksmuseum te Amsterdam wees iemand mij eens op een voorwerp uit de middeleeuwen; een palmhouten bol. Deze was verdeeld in twee helften. De beide helften waren heel fijntjes uitgesneden zodat er duidelijke tafereeltjes te zien waren. Zo herinner ik mij de geboorte en kruisiging van de Here Jezus. De herders en de wijze mannen. De twee helften waren verbonden en konden scharnieren als een kastje. Het geheel zat in een koperen bol, die op zijn beurt weer in een leren buideltje zat. Het hele evangelie in een notendop. Het was duidelijk dat dit gemaakt was om mee op reis te nemen.
Na enige jaren ben ik op het idee gekomen om deze gebedsnoot op een andere manier weer tot leven te laten komen. Nu is het plat en blanco en de gebruiker kan zelf zijn/haar gebedsnood door middel van een naam, datum, symbool met pen in de noot schrijven. De noot is gemakkelijk op te bergen, zo draag je je gebed altijd bij je. Wanneer je gebed verhoord is of als je vindt dat het er lang genoeg in heeft gestaan, neem je een stukje schuurpapier en er is weer plaats voor iets nieuws.
Rond het jaar 1500 waren er vooral in de zuidelijke Nederlanden ambachtslieden, kunstenaars actief, die zich, vaak in opdracht, bezig hielden met het maken van gebedsnoten. In Nederland was dat o.a. Adam Dirksz. Van deze houtsnijder liggen gebedsnoten in diverse uitvoeringen in Nederlandse musea, o.a. in Amsterdam (Rijksmuseum), Utrecht (Catharijneconvent). Je kunt gebedsnoten vinden in Bad Bentheim (D), Kopenhagen (DK), Moskou (RU), Toronto, New York, enz. Na mijn bezoek aan het Rijksmuseum in 1981 heb ik een ‘Nieuwe’ gebedsnoot ontworpen. Deze is eenvoudig uitgevoerd en bedoeld voor dagelijks gebruik.
enkele voorbeelden
De geometrische motieven zijn ongeveer 100 jaar geleden in dit hout gesneden. Rond 1900 – 1920 waren er tijden van crisis: werkeloosheid voor veel schippers, maar ook voor veel militairen. (Tijdens de eerste wereldoorlog deed Nederland er niet aan mee). Als nuttig tijdverdrijf was menigeen aan het houtsnijden.
Naast het decoratieve aspect hadden de gesneden patronen een religieuze betekenis: de sterren verbeeldden de sterrenhemel en de gevlochten knoop stond symbool voor de Eeuwigheid. Er is een overeenkomst met de Keltische patronen. Het centrale punt waar alles uit voort lijkt te komen kunnen we opvatten als de oorsprong van het leven, de schepping, God.